Press ESC to close

Zit domheid in de spits?

Laat ons eerlijk zijn: ik ben geen ervaringsdeskundige. Ik werk nachtpost en heb normaal gezien weinig met dat dagelijkse circus te maken. Maar af en toe beland ik er toch in, en dan valt één ding meteen op: het zijn altijd dezelfde types en dezelfde fouten. Dat kan geen toeval meer zijn.

Neem bijvoorbeeld het ritsen. Dat is geen hogere wiskunde. Twee rijstroken worden één, en je laat elkaar om de beurt invoegen. Simpel. Toch lukt het blijkbaar niet. Niet omdat mensen het niet begrijpen, maar omdat er een paar heel menselijke – en tegelijk beschamende – psychologische reflexen spelen.

Ten eerste is er het territoriuminstinct. Zodra iemand naast je wil invoegen, voelt een deel van de bestuurders dat alsof er iemand een stuk van hun weg “afpakt”. Het resultaat: gas bijgeven om toch maar één auto voor te blijven. Niet rationeel, wel primitief.

Dan heb je het kuddegedrag. Als de eerste paar bestuurders het verkeerd doen – te vroeg invoegen of juist blokkeren – volgt de rest automatisch. Mensen denken niet meer na, ze kopiëren gewoon wat de auto voor hen doet. Zelf nadenken kost blijkbaar te veel energie om acht uur ’s ochtends.

Daarbovenop komt ego en statusdenken op de baan. Sommige bestuurders zien verkeer niet als een systeem dat moet werken, maar als een soort wedstrijd. Eén plaats verliezen voelt voor hen als gezichtsverlies. Dus wordt er links geplakt, niet geritst en geen pinker gebruikt. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat hun ego het belangrijker vindt om te “winnen” dan om het verkeer te laten doorstromen.

En dan heb je nog de Dunning-Kruger-reflex: mensen met weinig inzicht in verkeer zijn er vaak heilig van overtuigd dat ze net heel goed rijden. De bestuurder die links blijft hangen met 105 op een snelweg waar iedereen 120 rijdt, denkt vaak oprecht dat hij “veilig” bezig is, terwijl hij in werkelijkheid het hele verkeer ophoudt.

Regen maakt het nog erger. Zodra er een paar druppels vallen, schakelt bij een groot deel van de bestuurders het rationele denken volledig uit. Afstanden worden fout ingeschat, beslissingen worden trager en plots rijdt iedereen alsof de wereld elk moment kan vergaan.

En dan is er nog iets dat altijd terugkomt: het merk van de auto. In theorie zegt dat niets over de persoon achter het stuur. Een wagen is maar een stuk metaal. Het bepaalt niet je karakter, je intelligentie of je manieren. Maar in de praktijk is het toch opmerkelijk hoe vaak bepaalde vooroordelen zichzelf blijven bevestigen. Niet omdat de auto dat doet, maar omdat sommige bestuurders hun ego, frustratie of statusdrang blijkbaar graag via hun wagen etaleren.

Het ironische is dat het meestal niet eens over intelligentie gaat. Het gaat over ego, stress, kuddegedrag en een totaal gebrek aan zelfinzicht. Voeg daar nog tijdsdruk en frustratie van werk of loon bij, en je krijgt de perfecte cocktail voor collectief slecht rijgedrag.

Kort samengevat: de spits toont niet hoe goed mensen kunnen rijden, maar hoe dun het laagje beschaving soms is zodra iedereen tegelijk de weg op moet.

Gelukkig bestaat er nog zoiets als de nacht. Dan verdwijnen de ego’s, de kudde en het territoriumgedrag grotendeels, en rijdt de weg weer zoals hij bedoeld is: vooruit.

Amehoela